15-08-06

Peter

Nagenietend van het optreden van Anathema lagen we op het gras, Peter en ik. De ondergaande zon leek alles rondom ons in vuur en vlam te zetten. "Is er een betere metafoor voor de veranderingen in jouw leven?", vroeg hij me. "Verklaar", zei ik. Hij zette zich recht en begon te vertellen.

"Wat je nu ziet, doet dat je niet aan iets denken? Twee extremen die elkaar eeuwig blijven afwisselen, met steeds een vurige overgang tussen de twee." Geïntrigeerd ging ik ook rechtop zitten. Peter was steeds iemand die me aan het denken kon zetten, me een spiegel voorhouden. "Als je doelt op m'n licht bipolaire gedragingen, daar zijn betere beelden voor dacht ik zo. Alles is nu eenmaal veranderlijk."

"En niets" reageerde hij cryptisch. Van anderen zou ik dit nooit getolereerd hebben, maar ik gebaarde hem verder te gaan. Ik wist dat hij me wel vaker het pad naar de verlichting getoond had op de meest bizarre manieren.

"Je herinnert je waarschijnlijk nog wel de poolnacht?" vroeg hij. Ik knikte. Hoe kon ik het ooit vergeten. Een ware hel die me meermaals bijna het leven gekost had, maar waar ik mezelf, mede dankzij hem, uit bevrijd had.

"Nu, je bent van ver gekomen maar je schijnt te vergeten dat je nog een lange weg te gaan hebt. Je blijft ter plaatse trappelen met al je pogingen om je leven opnieuw vorm te geven. Je probeert alles maar je gaat niet door. Je zit in een spiraal tussen die dag, waarin je nieuwe motivaties krijgt, en die nacht, waarin je alles terug laat en opnieuw in je oude gewoontes vervalt. En je weet zelf maar al te goed dat de overgang tussen de twee verre van aangenaam is, voor jezelf noch voor de mensen die om je geven." Zacht voegde hij eraan toe, "waartoe ik mezelf ook reken"

Zwijgend keek ik hem aan. Hij wist dat hij een gevoelige snaar geraakt had, en hij wist ook dat ik besefte dat hij gelijk had. Woorden waren nu niet meer nodig wisten we allebei. Hij kon me naakt op een bergtop zetten, ik wist dat hij me niet zou kwetsen in al m'n zwakte. Zijn woorden hadden zich genesteld in mijn brein, en ik wist ook dat ze niet zonder gevolg zouden blijven.

We stonden op, dronken een laatste keer van de omgeving en gingen heen. Het afscheid viel me zoals steeds weer zwaar, al wist ik dat het niet voor lang zou zijn. Ik heb nooit van afscheid gehouden en zal er ook nooit van houden. “Toch iets dat onveranderlijk is” dacht ik bij mezelf. Met een flauwe glimlach om de lippen danste ik naar huis.

04:45 Gepost door Isaiah | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

De commentaren zijn gesloten.